Nettobestaansmiddelen

Om iemand ten laste te kunnen nemen in uw belastingaangifte is een van de voorwaarden dat het nettobedrag van zijn of haar bestaansmiddelen een bepaalde maximumgrens niet mag overschrijden.

  • Bestaansmiddelen

    Bestaansmiddelen zijn alle inkomsten die iemand tijdens een inkomstenjaar verkrijgt. Het maakt daarbij niet uit of deze inkomsten belastbaar zijn of niet. Om iemand ten laste te kunnen nemen moet het nettobedrag van de bestaansmiddelen van die persoon onder een bepaalde maximale grens blijven.

    Voor het berekenen van het bedrag van deze nettobestaansmiddelen hoeft u met sommige inkomsten, zoals bijvoorbeeld de kinderbijslag, echter geen rekening te houden. U vindt de volledige lijst van uitgesloten bestaansmiddelen terug in de toelichting.

    Raadpleeg de gedetailleerde toelichting voor aanslagjaar 2026 (in functie van uw verblijfplaats op 1 januari 2026):

    Berekening van de nettobestaansmiddelen

    Om na te gaan of de nettobestaansmiddelen van iemand die u ten laste wilt nemen de maximale grens niet overschrijden, moet u een aantal bewerkingen uitvoeren.

    1. Neem het brutobedrag van alle inkomsten van de persoon die u ten laste wilt nemen.

      Dat wil zeggen: neem de bedragen van de inkomsten, zoals ontvangen na aftrek van de sociale zekerheidsbijdrage of solidariteitsbijdrage. Daarbij telt u de ingehouden bedrijfsvoorheffing op. U mag in deze stap nog geen kosten aftrekken.

    2. Trek (het gedeelte van) de inkomsten die niet als bestaansmiddelen beschouwd worden af van het brutobedrag.

      U vindt die inkomsten voor inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026) terug in de toelichting van het betreffende inkomstenjaar onder 'Vak II - Persoonlijke gegevens en gezinslasten, B. Gezinslasten, Voorwaarden om als ten laste te kunnen worden beschouwd’.

      Voor inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026) komen onder meer volgende brutobedragen niet in aanmerking voor het vaststellen van het nettobedrag van de bestaansmiddelen:

      • de eerste schijf van 6.840 euro van volgende inkomsten van studenten:
        • via een contract voor studentenarbeid verkregen bezoldigingen en beloningen voor verenigingsactiviteiten
        • bezoldigingen verkregen door leerlingen in een alternerende opleiding
        • inkomsten als student-zelfstandigen
      • de eerste schijf van 4.100 euro van onderhoudsuitkeringen toegekend aan kinderen
      • de eerste schijf van 33.050 euro van de pensioenen die zijn verkregen door uw ouders, grootouders, overgrootouders, broers en zussen die op 1 januari 2026:
        • 66 jaar of ouder zijn én
        • zorgbehoevend zijn (d.w.z. een verminderde zelfredzaamheid hebben van minstens 9 punten)
    3. Trek hiervan de volgende kosten af:

      • ofwel de werkelijk bewezen kosten die u kunt aantonen met bewijsstukken,
      • ofwel een forfaitair bedrag van 20 %.
        Voor bezoldigingen of baten mag u daarbij steeds een vast minimumbedrag in rekening brengen. Dit bedraagt:
        • 570 euro voor inkomstenjaar 2025, aanslagjaar 2026,
        • 580 euro voor inkomstenjaar 2026, aanslagjaar 2027.
    4. Vergelijk het bekomen bedrag met de maximale grens voor de nettobestaansmiddelen.

      Als dat bedrag de maximale fiscale grens niet overschrijdt, kunt u de persoon ten laste nemen.

  • Maximale grens nettobestaansmiddelen

    Om kinderen en andere personen ten laste te kunnen nemen in uw belastingaangifte is een van de voorwaarden dat hun nettobestaansmiddelen een bepaald bedrag niet mogen overschrijden.

    Maximale grens nettobestaansmiddelen
    Situatie Maximale grens nettobestaansmiddelen inkomstenjaar 2025, aanslagjaar 2026 Maximale grens nettobestaansmiddelen inkomstenjaar 2026, aanslagjaar 2027
    Personen ten laste, andere dan kinderen 4.100 4.200
    Kinderen ten laste 12.000 12.300

     

  • Voorbeeld inkomstenjaar 2025

    In 2025 heeft uw dochter een brutoloon van 8.000 euro (na aftrek van de sociale zekerheidsbijdrage of solidariteitsbijdrage) ontvangen uit een studentenjob. Ga als volgt na of het bedrag van de nettobestaansmiddelen toelaat om haar ten laste te nemen

    1. Neem het brutobedrag van alle inkomsten.

      Dat is 8.000 euro.

    2. Trek (het gedeelte van) de inkomsten die niet als bestaansmiddelen beschouwd worden af van het brutobedrag.

      Omdat het een studentenjob betreft, beschouwen we de eerste schijf van 6.840 euro niet als bestaansmiddel. Alleen het deel dat hoger is dan 6.840 euro, namelijk 1.160 euro, telt mee als bestaansmiddel.

    3. Trek hiervan de werkelijke of forfaitaire kosten af.

      In dit voorbeeld opteren we voor de forfaitaire kosten van 20 %.

      1.160 euro x 20 % = 232 euro, wat lager is dan het vaste minimumbedrag van 570 euro aan kosten dat je sowieso in mindering mag brengen voor bezoldigingen.

      Na aftrek van de forfaitaire kosten van 570 euro, bedraagt het bedrag van de nettobestaansmiddelen 590 euro (= 1.160 euro – 570 euro).

    4. Vergelijk het bekomen bedrag met de maximale grens voor de nettobestaansmiddelen.

      Het bedrag van 590 euro aan nettobestaansmiddelen ligt onder het de maximale grens van 12.000 euro, dus uw dochter kan, als de andere voorwaarden ook voldaan zijn, ten laste worden genomen voor inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026).