Andere personen dan kinderen ten laste

Woont één van uw ouders, uw (over)grootouders, uw broer of zus bij u in? Als aan bepaalde voorwaarden voldaan is, hebt u recht op een belastingvoordeel voor personen ten laste, namelijk een verhoging van uw belastingvrije som. Dat betekent dat een groter deel van uw inkomen niet belast wordt en dat uw verschuldigde belasting kan verlagen.

  • Wie kunt u ten laste nemen?

    Als ze voldoen aan alle voorwaarden, kunt u de volgende personen (andere dan kinderen) ten laste nemen in uw belastingaangifte:

    • uw (pleeg)ouders, grootouders of overgrootouders (maar niet uw stiefouders of stiefgrootouders) of die van uw echtgenoot of wettelijk samenwonende partner waarmee u samen belast wordt
    • uw broers of zussen, halfbroers of halfzussen (maar niet uw schoonbroers of schoonzussen) of die van uw echtgenoot of wettelijk samenwonende partner waarmee u samen belast wordt
    • personen van wie u of uw echtgenoot of wettelijk samenwonende partner waarmee u samen belast wordt als kind ten laste bent geweest. Dat kan bijvoorbeeld een tante zijn bij wie u, na het overlijden van uw ouders, woonde en die u als kind ten laste heeft genomen.

    Uw partner (echtgenoot, echtgenote, partner waarmee u wettelijk of feitelijk samenwoont) kan nooit een ‘persoon ten laste’ zijn voor u.

    Voorwaarden

    Er zijn een aantal voorwaarden om de hierboven vermelde personen ten laste te kunnen nemen in uw belastingaangifte van inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026). Opgelet: er zijn wijzigingen in deze voorwaarden ten opzichte van vorig jaar. U moet gelijktijdig aan al die voorwaarden voldoen:

    1. Die persoon moet op 1 januari 2026 deel uitmaken van uw gezin.

      De persoon die u ten laste wilt nemen moet daadwerkelijk en op duurzame wijze met u samenwonen.

      Uitzonderingen
      Een persoon die tijdelijk de gezinswoning heeft verlaten, bijvoorbeeld voor opname in een revalidatiecentrum of om andere gezondheidsredenen... wordt normaal gezien nog steeds beschouwd als deel uitmakend van het gezin.

      Ook een gezinslid dat in 2025 overleden is en in inkomstenjaar 2024 (aanslagjaar 2025) al ten laste was, wordt nog altijd beschouwd als deel uitmakend van het gezin op 1 januari 2026 en kan dus ten laste genomen worden in de aangifte van inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026) als die voldoet aan alle voorwaarden.

    2. De nettobestaansmiddelen van die persoon mogen in 2025 een bepaald bedrag niet overschrijden.

      Het maximum aan nettobestaansmiddelen bedraagt:

      • 4.100 euro voor inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026)
      • 4.200 euro voor inkomstenjaar 2026 (aanslagjaar 2027)

      Bereken het bedrag van de nettobestaansmiddelen om te bepalen of ze onder dat maximumbedrag blijven. Sommige types inkomsten tellen niet of maar gedeeltelijk mee om de bestaansmiddelen te berekenen.

    3. Die persoon mag in 2025 geen beroepsinkomsten ontvangen hebben die u als beroepskosten hebt ingebracht.

      Bijvoorbeeld: uw vader helpt u in de familiale slagerij en u trekt het loon van uw vader als beroepskosten af van uw inkomsten. Op dat moment is uw vader niet meer ten laste, ongeacht het bedrag van zijn nettobestaansmiddelen.

      Sinds inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026) gaat het om beroepsinkomsten, wat ruimer is dan bezoldigingen.

    4. Die persoon mag in 2025 als student-zelfstandige geen bezoldigingen als bedrijfsleider gekregen hebben die:

      • beroepskosten zijn van een vennootschap waarvan uzelf (rechtstreeks of onrechtstreeks) bedrijfsleider bent en waarover u de controle uitoefent, en
      • die meer dan 2.000 euro bruto bedragen én meer dan de helft van de belastbare inkomsten van die persoon vormen (onderhoudsgeld telt hier niet mee).
    5. Die persoon mag in 2025 geen (equivalent) leefloon hebben ontvangen.

      Deze voorwaarde is nieuw sinds inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026). De uitsluiting gebeurt ongeacht het bedrag of de periode in 2025 waarin die persoon het (equivalent) leefloon verkreeg.

  • Wie kan personen ten laste nemen?

    Enkel het gezinshoofd mag de personen ten laste aangeven indien aan de voorwaarden voldaan is. Er is slechts één gezinshoofd.

    Voorbeelden:

    • Een broer en zus wonen samen. De zus is het gezinshoofd. Zij kan haar broer ten laste nemen. De broer kan zijn zus dan niet ten laste nemen.
    • Een broer en zus wonen samen met hun zorgbehoevende moeder van 70 jaar. De zus is het gezinshoofd. Zij kan haar moeder ten laste nemen. De broer kan zijn moeder dan niet ten laste nemen.
    • Een broer en zus wonen samen met hun zorgbehoevende ouders van 70 jaar. De zus is het gezinshoofd. Zij kan haar ouders ten laste nemen. De broer kan zijn ouders dan niet ten laste nemen en ze kunnen ook niet ieder één ouder ten laste nemen.

    Aangifte

    In de aangifte maken we voor inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026) een onderscheid tussen ‘zorgbehoevende ouders, grootouders, overgrootouders, broers en zussen van 66 jaar of ouder ten laste’ en een restcategorie ‘andere personen ten laste’.

    Let op: u mag die persoon maar als ten laste vermelden in uw belastingaangifte als u het gezinshoofd bent en als aan alle voorwaarden is voldaan.

    • Zorgbehoevende ouders, (over)grootouders, broers en zussen van 66 jaar of ouder ten laste

      Uw ouders, (over)grootouders, broers of zussen die

      • op 1 januari 2026 66 jaar of ouder zijn, en
      • op 1 januari 2026 zorgbehoevend zijn

      geeft u aan onder code 1027.

      De fiscale overgangsmaatregel waarbij u diezelfde personen die u in aanslagjaar 2021 al fiscaal ten laste had in dezelfde hoedanigheid en die een zware handicap hadden, kon aangeven onder code 1029, is niet meer van toepassing vanaf inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026). U kunt in dat geval dus enkel code 1027 gebruiken. Code 1029 kunt u niet meer gebruiken.  

      Opmerking: uw ouders, (over)grootouders, broers of zussen die

      • op 1 januari 2026 66 jaar of ouder zijn, en
      • op 1 januari 2026 niet zorgbehoevend zijn

      worden beschouwd als een 'andere persoon ten laste'. Die personen geeft u aan onder code 1032. In de code 1033 geeft u aan hoeveel van die personen een zware handicap hebben. Houd het bewijs van zware handicap ter beschikking.

      De fiscale overgangsmaatregel waarbij u diezelfde personen die u in aanslagjaar 2021 al fiscaal ten laste had in dezelfde hoedanigheid (en hun eventuele handicap), kon aangeven onder code 1043 (en 1044), is niet meer van toepassing vanaf inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026). U kunt in dat geval dus enkel code 1032 (en 1033) gebruiken. Code 1043 (en 1044) kunt u niet meer gebruiken.  

    • Andere personen ten laste

      In de code 1032 kunt u volgende personen ten laste opnemen:

      • uw ouders, (over)grootouders, broers en zussen die op 1 januari 2026 nog geen 66 jaar waren
      • uw ouders, (over)grootouders, broers en zussen van 66 jaar of ouder die op 1 januari 2026 niet zorgbehoevend zijn
      • uw pleegouders
      • uw halfbroers of halfzussen
      • personen van wie u of uw echtgenoot of wettelijk samenwonende partner waarmee u samen belast wordt als kind ten laste bent geweest

      In de code 1033 geeft u aan hoeveel van die personen een zware handicap hebben. Houd het bewijs van zware handicap ter beschikking.

  • Het criterium zorgbehoevendheid speelt hierbij ook een rol.

    • Criterium zorgbehoevendheid

      Een persoon is ‘zorgbehoevend’ wanneer er een verminderde zelfredzaamheid van ten minste 9 punten is vastgesteld. De zorgbehoevendheid moet  vastgelegd worden door de Directie-generaal Personen met een Handicap van de FOD Sociale Zekerheid, Medex of de adviserend geneesheer bij het ziekenfonds of een gelijkwaardige instelling of persoon uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER). 

      De zorgbehoevendheid moet niet noodzakelijk voortvloeien uit feiten die zijn overkomen en vastgesteld vóór een bepaalde leeftijd, zoals dat het geval is bij zware handicap.  

      Houd het bewijs van de verminderde zelfredzaamheid ter beschikking.

  • Bedragen van de verhoging van de belastingvrije som

    Bedragen van de verhoging van de belastingvrije som
    Persoon ten laste Verhoging van uw belastingvrije som per persoon ten laste
    Inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026)
    Verhoging van uw belastingvrije som per persoon ten laste
    Inkomstenjaar 2026 (aanslagjaar 2027)
    zorgbehoevende ouder, grootouder, overgrootouder, (half)broer of (half)zus van 66 jaar of ouder 5.950 euro 6.100 euro
    andere personen ten laste 1.980 euro 2.030 euro
    andere personen ten laste met een zware handicap 3.960 euro 4.060 euro

    De overgangsmaatregelen zijn afgelopen. Dat kan ervoor zorgen dat u vorig aanslagjaar nog een voordeel of een groter voordeel had voor een ouder, grootouder, overgrootouder, (half)broer of (half)zus ten laste, maar dit jaar niet meer. Voor meer informatie over het einde van de overgangsmaatregelen: zie ‘Zorgbehoevende ouders, (over)grootouders, broers en zussen van 66 jaar of ouder ten laste’.

    Als u geen of lage belastbare inkomsten heeft, kunt u mogelijk niet (volledig) genieten van de verhoging van de belastingvrije som voor personen ten laste. In tegenstelling tot bij kinderen ten laste is er geen terugbetaalbaar belastingkrediet.