Vergoedingen voor woon-werkverkeer
-
De kosten voor uw persoonlijke verplaatsing tussen uw woon- en werkplaats draagt u in principe zelf. U kunt ze als beroepskost aftrekken in uw belastingaangifte.
Soms zal uw werkgever u voor de woon-werkverplaatsing vergoeden, namelijk door:
- het betalen van uw treinabonnement,
- het toekennen van een vergoeding voor het gebruik van uw eigen wagen,
- het toekennen van een fietsvergoeding,
- …
Deze vergoeding kan geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld van belasting.
Wat is een woon-werkverplaatsing?
Het is de verplaatsing die u maakt tussen uw woonplaats en uw vaste werkplaats(en). Dit traject kan bestaan uit meerdere verplaatsingen wanneer u het bijvoorbeeld deels met de fiets en deels met het openbaar vervoer aflegt.
Wat is geen woon-werkverplaatsing?
We beschouwen de volgende verplaatsingen niet als woon-werkverplaatsing:
- werkverplaatsingen (bijvoorbeeld het bezoeken van klanten tijdens uw werk)
- privéverplaatsingen (bijvoorbeeld een omweg om de kinderen naar school te brengen)
Hoe kan ik de kosten voor woon-werkverkeer opnemen in mijn belastingaangifte?
U kunt ervoor kiezen om het wettelijk forfait toe te passen, of om de kosten voor uw woon-werkverkeer als werkelijke beroepskosten te bewijzen. Als uw werkelijke beroepskosten niet hoger zijn dan het wettelijk forfait, heeft het geen zin om uw werkelijke kosten aan te tonen. Om te weten wat voor u de beste optie is, kunt u een simulatie maken in MyMinfin (Tax-on-web) of TaxCalc.
Wettelijk forfait
Voor het wettelijk forfait hoeft u niets te doen. U hebt er automatisch recht op. Wij berekenen het forfait en trekken het automatisch af bij de berekening van uw belastingen.
- Voor werknemers berekenen we de forfaitaire kosten door een percentage van 30 % toe te passen op hun brutoberoepsinkomen (verminderd met bijdragen) en dat met een maximum van 5.750 euro (inkomstenjaar 2024, aanslagjaar 2025).
- Voor bedrijfsleiders berekenen we de forfaitaire kosten door een percentage van 3 % toe te passen op hun brutoberoepsinkomen (verminderd met bijdragen) en dat met een maximum van 3.030 euro (inkomstenjaar 2024, aanslagjaar 2025).
- Voor de bezoldigingen van de meewerkende echtgenoot kennen we forfaitaire kosten toe ten bedrage van 5 %, met een maximum van 5.050 euro (inkomstenjaar 2024, aanslagjaar 2025).
Bedroeg de afstand tussen uw woonplaats en uw werkplaats op 1 januari 2025 75 km of meer? Dan kunt u in aanmerking komen voor een verhoging van het wettelijk forfait.
Die verhoging is ook van toepassing wanneer u het grootste deel van de tijd hebt getelewerkt. Hebt u echter volledig getelewerkt en in 2024 nooit het woon-werktraject afgelegd, dan komt u niet in aanmerking voor de verhoging.
Vermeld de afstand (enkele reis) in kilometers tussen uw woonplaats en uw werkplaats bij code 1256/2256. Rond dit getal steeds af (bijvoorbeeld: als de afstand 82,4 km is, vermeld dan ‘82’).
Werkelijke beroepskosten
Als uw werkelijke beroepskosten hoger zijn dan het wettelijk forfait, kunt u ervoor kiezen uw werkelijke kosten aan te geven in plaats van het forfait te gebruiken. Mocht het forfait uiteindelijk toch voordeliger uitkomen, dan passen wij dit toe. We gebruiken steeds de voor u meest voordelige optie.
Bij het bewijzen van uw werkelijke beroepskosten, moet u aantonen:
- dat de kosten betrekking hebben op uw beroepswerkzaamheid, en
- dat u de kosten werkelijk tijdens het belastbaar tijdperk gemaakt en gedragen hebt, en
- dat u over de nodige bewijsstukken hiervoor beschikt.
Werkelijke beroepskosten neemt u op in de code 1258/2258 van de aangifte.
De vrijstelling voor woon-werkverkeer is niet van toepassing wanneer u uw werkelijke kosten bewijst en dit de meest voordelige berekening oplevert.
Hoe geef ik de vergoeding van mijn werkgever aan in mijn belastingaangifte?
De vrijstelling die u kunt toepassen op de vergoeding die u van uw werkgever krijgt voor uw woon-werkverkeer is afhankelijk van het vervoersmiddel waarmee u uw woon-werkverplaatsing aflegt. Als uw werkgever u een algemene vergoeding toekent voor uw woon-werkverplaatsingen, kunt u de vrijstelling per vervoersmiddel toepassen op voorwaarde dat u de kostprijs ervan kunt aantonen.
De vrijstelling geldt niet wanneer u uw werkelijke kosten bewijst en dit de meest voordelige berekening oplevert.
Geen idee wat voor u de meest voordelige oplossing is? U kunt uw kosten bewijzen en de vrijstelling invullen op uw aangifte. Ons berekeningsprogramma zal u automatisch de meest voordelige optie toekennen.
-
-
Ik leg mijn woon-werkverkeer af met het openbaar vervoer
Als uw werkgever de kosten van uw bus-, metro- of treinabonnement volledig of gedeeltelijk betaalt (eventueel via een derdebetalerssysteem), dan is die vergoeding helemaal vrijgesteld van belastingen. De vrijstelling geldt echter niet wanneer u uw werkelijke kosten bewijst en dit de meest voordelige berekening oplevert.
De ontvangen vergoeding neemt u op in code 1254/2254 van de aangifte.
De vrijstelling neemt u op in code 1255/2255 van de aangifte.
-
Ik leg mijn woon-werkverkeer af met mijn eigen auto
Als u van uw werkgever een vergoeding krijgt voor het gebruik van uw eigen wagen voor uw woon-werkverplaatsingen is deze vergoeding vrijgesteld voor maximaal 490 euro (inkomstenjaar 2024, aanslagjaar 2025). De vrijstelling geldt echter niet wanneer u uw werkelijke kosten bewijst en dit de meest voordelige berekening oplevert.
De ontvangen vergoeding neemt u op in code 1254/2254 van de aangifte.
De vrijstelling neemt u op in code 1255/2255 van de aangifte.
-
Ik leg mijn woon-werkverkeer af met de fiets
Als u van uw werkgever een fietsvergoeding krijgt van maximaal 0,35 euro per afgelegde kilometer is deze vrijgesteld voor een bedrag tot maximaal 3.500 euro per jaar. Welke soort fiets (gewone fiets, racefiets, elektrische fiets, elektrisch aangedreven speed-pedelec, ...) u gebruikt voor uw woon-werkverkeer is hierbij niet van belang, zolang het niet om een gemotoriseerd rijwiel of speed-pedelec gaat, die niet elektrisch wordt aangedreven.
Is uw fietsvergoeding hoger dan 0,35 euro per afgelegde kilometer zal uw werkgever het gedeelte van de vergoeding dat hoger is dan deze grens als belastbaar inkomen opnemen in uw loonfiche. Het bedrag dat onder deze grens blijft, staat bij de vergoedingen voor woon-werkverkeer.
Als uw werkgever u voor uw woon-werkverkeer een bedrijfsfiets ter beschikking stelt, is de waarde van dit voordeel in principe volledig vrijgesteld, zolang u de bedrijfsfiets daadwerkelijk gebruikt voor het woon-werkverkeer.
De fietsvergoeding en de bedrijfsfiets neemt u vanaf inkomstenjaar 2024 (aanslagjaar 2025) op in code 1254/2254 van de aangifte, net als de andere vergoedingen en voordelen voor woon-werkverkeer.
De vrijstelling neemt u op in code 1255/2255 van de aangifte.
De vrijstelling geldt niet wanneer u uw werkelijke kosten bewijst en dit de meest voordelige berekening oplevert.
-
Ik krijg van mijn werkgever een mobiliteitsbudget
Bij het mobiliteitsbudget stelt de werkgever een budget ter beschikking aan de werknemer. U kunt dit besteden aan:
- een milieuvriendelijke bedrijfswagen
- duurzame vervoersmiddelen
- huisvestingkosten
U kunt het ook gewoon laten uitbetalen. Een uitgebreide bespreking van het mobiliteitsbudget en hoe u dit kunt besteden is te vinden op Mobiliteitsbudget.be.
Vanaf de eerste dag van de maand waarin u het mobiliteitsbudget krijgt, vervalt elke verplichting voor uw werkgever om tussen te komen in de kosten voor uw woon-werkverplaatsingen, ongeacht het gebruikte vervoermiddel. Als uw werkgever naast het mobiliteitsbudget ook tussenkomt in de kosten voor openbaar vervoer of carpooling, een bedrijfsfiets ter beschikking stelt of een fietsvergoeding toekent, worden deze vergoedingen en voordelen beschouwd als een belastbaar inkomen. Ze worden dan onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen en belastingen en geven in principe alleen recht op een vrijstelling van maximaal 490 euro als het gaat om:
- een fietsvergoeding,
- een bedrijfsfiets, of
- een vergoeding voor het gebruik van de eigen wagen.
-