Meerwaardebelasting
Verkoopt u vanaf 1 januari 2026 financiële activa, zoals aandelen of obligaties, met winst? Dan betaalt u meestal een meerwaardebelasting van 10 %. U hebt wel recht op een jaarlijkse vrijstelling op de eerste schijf van uw gerealiseerde meerwaarden.
-
De meerwaardebelasting geldt voor natuurlijke personen en non-profitorganisaties en is van toepassing op financiële activa.
-
Wat zijn financiële activa?
De meerwaardebelasting geldt voor financiële activa, dat zijn de financiële en beleggingsproducten die u bezit. Het maakt daarbij niet uit of ze van Belgische of van buitenlandse oorsprong zijn.
Voorbeelden van financiële activa:
- Effecten, zowel beursgenoteerd als niet-beursgenoteerd: aandelen, obligaties, trackers, opties, derivaten …
- verzekeringsproducten: spaar- en beleggingsverzekeringen (TAK-21, -23 …)
- valuta: geldmiddelen, beleggingsgoud …
- cryptomunten
Sommige financiële activa zijn expliciet vrijgesteld van de meerwaardebelasting. De voornaamste zijn:
- pensioenspaarrekeningen
- groepsverzekeringen
- contracten langetermijnsparen
-
Bepalen belastbare meerwaarde
Verkopen met winst
U realiseert een meerwaarde wanneer u uw actief verkoopt voor een hoger bedrag dan waarvoor u het hebt aangekocht. Bijgevolg is de basisformule:
meerwaarde = verkoopwaarde - aankoopwaarde
Opgelet! Bij het bepalen van de fiscale meerwaarde mag u geen kosten of taksen aftrekken.
Verkopen met verlies
Als u uw actief voor een lager bedrag verkoopt dan waarvoor u het hebt aangekocht, lijdt u verlies. We spreken dan van een minderwaarde.
Onder bepaalde voorwaarden kunt u zulke minderwaarden in mindering brengen van het belastbare bedrag aan gerealiseerde meerwaarden.
Voorbeeld
William koopt in januari 2026 100 aandelen van 50 euro per stuk aan. De totale aankoopwaarde bedraagt dus 5.000 euro.
In mei 2026 verkoopt hij de helft van de aandelen met winst, voor 80 euro per stuk. De verkoopwaarde is dus 50 x 80 = 4.000 euro.
Na een crash van het aandeel verkoopt hij de resterende 50 aandelen met verlies aan 25 euro per stuk. De verkoopwaarde is dus 50 x 25 = 1.250 euro.
Op de eerste transactie realiseert William een meerwaarde van 1.500 euro (4.000 euro – 2.500 euro). De tweede transactie leidt tot een minderwaarde van 1.250 euro (1.250 euro – 2.500 euro). William mag de gerealiseerde minderwaarde aftrekken van de meerwaarde om de belastbare meerwaarde te bepalen. De belastbare meerwaarde bedraagt bijgevolg 250 euro (1.500 euro – 1.250 euro)
-
'Fotomoment' aankoopwaarde
Voor activa die u vóór 1 januari 2026 aankocht, kijken we voor de meerwaardebelasting naar de waarde van het actief op 31 december 2025 om de aankoopwaarde te bepalen. Dat noemen we het ‘fotomoment’. Er zijn twee situaties mogelijk voor het bepalen van uw fiscale meer- of minderwaarde bij verkoop vanaf 2026.
-
-
Situatie 1: de waarde op het fotomoment is hoger dan de oorspronkelijke aankoopwaarde
In dat geval is het de aankoopwaarde op het fotomoment die wordt gebruikt om de fiscale meer- of minderwaarde te bepalen bij verkoop vanaf 2026.
Voorbeeld
Jan koopt op 15 april 2020 een aandelenpakket met een aankoopwaarde van 5.000 euro. Op 31 december 2025 (het ‘fotomoment’) is de waarde van het aandelenpakket 7.000 euro. Jan verkoopt het aandelenpakket op 20 mei 2026 voor 10.000 euro.
Omdat de waarde op het fotomoment hoger is dan de oorspronkelijke aankoopwaarde, gebruikt Jan de waarde op het fotomoment voor de berekening van de fiscale meerwaarde.
De fiscale meerwaarde is: 10.000 euro – 7.000 euro = 3.000 euro.
-
Situatie 2: de waarde op het fotomoment is lager dan de oorspronkelijke aankoopwaarde
In dat geval mag u voor de berekening van de fiscale meerwaarde uitgaan van de oorspronkelijke aankoopwaarde.
Leidt de berekening tot een minderwaarde? Dan herleiden we de fiscale meerwaarde tot nul. Het is namelijk niet mogelijk om ‘historische minderwaarden’ in mindering te brengen.
Voorbeeld:
Chantal koopt in mei 2019 obligaties met een aankoopwaarde van 15.000 euro aan. Op 31 december 2025 (het ‘fotomoment’) is de waarde van die obligaties 9.000 euro. Chantal verkoopt de obligaties in juni 2027 voor 12.000 euro.
Vermits de aankoopwaarde hoger is dan de waarde op het fotomoment, mag Chantal voor de berekening van de fiscale meerwaarde uitgaan van de oorspronkelijke aankoopwaarde van 15.000 euro.
De berekening bedraagt dan 12.000 euro – 15.000 euro = -3.000 euro, een ‘historische minderwaarde’ dus. De belastbare meerwaarde wordt tot nul herleid, en Chantal kan de historische minderwaarde niet in mindering brengen.
-
-
Belastingtarief en vrijstellingen
Het standaardtarief van de meerwaardebelasting bedraagt 10 %. U betaalt echter niet vanaf de eerste euro belasting op de meerwaarde die u realiseert. Er bestaan verschillende vrijstellingen:
Jaarlijkse vrijstelling
De eerste schijf van 10.000 euro (aanslagjaar 2027) aan gerealiseerde meerwaarden is jaarlijks vrijgesteld van belasting.
Overdraagbare vrijstelling
Hebt u in een bepaald jaar weinig of geen meerwaarden gerealiseerd? Dan kunt u de eerste schijf van 1.000 euro (aanslagjaar 2027) van de basisvrijstelling overdragen naar het volgende jaar. U kunt dat 5 jaar lang doen, tot een maximale vrijstelling na 5 jaar van 15.000 euro (basis en overdrachten).
De vrijstellingen gelden per persoon. Voor een koppel met een gezamenlijke aangifte heeft elke partner dus recht op de vrijstelling, voor de meerwaarden die elke partner moet aangeven.
Voorbeeld
Jeremy realiseert in 2026 een meerwaarde van 200 euro op zijn aandelenportefeuille.
Omdat Jeremy in 2026 maar 200 euro meerwaarden realiseerde, heeft hij de eerste schijf van 1.000 euro van zijn vrijstelling niet helemaal aangesproken. Hij mag dus 800 euro (1.000 euro – 200 euro) overdragen naar het volgende jaar. In dat jaar heeft hij dan recht op een totale vrijstelling van 10.800 euro (10.000 euro basisvrijstelling + 800 euro overgedragen vrijstelling).
De meerwaardebelasting betalen
We onderscheiden twee stelsels voor het betalen van de meerwaardebelasting: het ‘opt in’-stelstel en het ‘opt out’-stelsel:
‘Opt in’-stelsel: inhouding door bank/broker
In het ‘opt in’-stelsel houdt uw bank of broker de meerwaardebelasting van 10 % automatisch in op het moment dat u een verkoop realiseert. We spreken van de ‘roerende voorheffing’.
De roerende voorheffing die werd ingehouden op vrijgestelde meerwaarden kunt u terugvorderen via uw aangifte in de personenbelasting.
‘Opt out’-stelsel: geen inhouding door bank/broker
U kunt uw bank ook vragen om geen roerende voorheffing in te houden, de zogenaamde ‘opt out’-keuze. In dat geval:
- ontvangt u het brutobedrag,
- moet u zelf de gerealiseerde meerwaarden aangeven in uw aangifte personenbelasting,
- bezorgt uw bank/broker de nodige informatie over de gerealiseerde meerwaarden aan de FOD Financiën.
Voorbeeld
Jan realiseert in 2026 voor 5.000 euro aan meerwaarden in zijn beleggingsportefeuille.
- Werkwijze bij ‘Opt in’
De bank zal automatisch 10 % roerende voorheffing inhouden op de meerwaarden die Jan realiseerde. De bank stort 10 % van de meerwaarde (5.000 euro x 10 % = 500 euro) als roerende voorheffing door, Jan ontvangt netto 4.500 euro (5.000 euro – 500 euro).
Omdat de meerwaarde onder de basisvrijstelling van 10.000 euro valt, kan Jan de 500 euro roerende voorheffing nadien terugvorderen via zijn aangifte in de personenbelasting.
- Werkwijze bij ‘Opt out’
De bank houdt op vraag van Jan geen roerende voorheffing in. Jan ontvangt het brutobedrag van 5.000 euro. Hij moet de meerwaarde wél aangeven in zijn aangifte personenbelasting en de bank zal de nodige informatie over de meerwaarden verstrekken aan de FOD Financiën.
Omdat de meerwaarde van Jan onder de basisvrijstelling van 10.000 euro valt, zal hij in de praktijk niet belast worden op deze meerwaarde.